Ma femme ŕ la chevelure

Mijn vrouw met haar als bosbrand

Met een geest van heldere warmte

Met een taille als een zandloper

Mijn vrouw met een taille als een otter tussen de tanden van een tijger

Mijn vrouw met een mond als een kokarde en als een boeket van sterren in hun laatste schoonheid

Met tanden als de afdruk van een witte glimlach op de witte aarde

Met een tong van amber en geboend glas

Mijn vrouw met een tong als doorboorde hostie

Met een tong als een pop die de ogen opent en sluit

Met een tong van onvoorstelbaar steen

Mijn vrouw met wimpers als het handschrift van een kind

Met wenkbrauwen als de rand van een zwaluwnest

Mijn vrouw met slapen als het leien dak van de serre

En beslagen ruiten

Mijn vrouw met schouders als champagne

En als een fontein van dolfijnenkoppen onder het ijs

Mijn vrouw met polsen als lucifers

Mijn vrouw met vingers als het gevaar en van de hartentroef

Met vingers als gemaaid hooi

Mijn vrouw met oksels als een marter en noten

Als de nacht van de Saint-Jean

Als liguster en als de woning van de maanvis

Met armen als schuim van de zee en de sluis

En van gemengd graan en de molen

Mijn vrouw met benen als vuurpijlen

Met bewegingen als een klokkenwinkel en van wanhoop

Mijn vrouw met kuiten als het merg van de vlierbes

Mijn vrouw met voeten als initialen

Voeten als sleutelbossen met voeten als de drinkende zeeman

Mijn vrouw heeft een hals van parelgerst

Mijn vrouw met een keel als de Gouden Vallei

Als een ontmoeting in de bedding van de stortvloed zelf

Met borsten als een nachtfeest

Mijn vrouw met borsten als een molshoop in zee

Mijn vrouw met borsten als een smeltkroes van robijn

Met borsten als het spectrum van een roos onder rode wijn

Mijn vrouw met een buik als het openvouwen van een waaier van dagen

Met een buik als een klauw van een reus

Mijn vrouw met een rug als een vogel die verticaal vliegt

Met een rug als kwikzilver

Met een rug als licht

Met een nek als een ronde steen en zacht krijt

En als de val van een glas waaruit men gaat drinken

Mijn vrouw met heupen als een bootje

Met heupen als glans en de veren van een pijl

En met billen als de veren van een witte pauw

Met nauwelijks waarneembare balans

Mijn vrouw met billen als zandsteen en steenwol

Mijn vrouw met billen als de rug van een zwaan

Mijn vrouw met billen als het voorjaar

Met schaamdelen als een gladiool

Mijn vrouw met een geslacht als een goudmijn en als vogels

Mijn vrouw met een geslacht als zeewier en oude bonbons

Mijn vrouw met een geslacht als een spiegel

Mijn vrouw met ogen vol met tranen

Met ogen als een violette wapenkast en een kompasnaald

Mijn vrouw met ogen als de savanne

Mijn vrouw met ogen als drinkwater in de gevangenis

Mijn vrouw met ogen als hout voortdurend onder de bijl

Met ogen als het niveau van water het niveau van lucht van aarde en van vuur.

vertaling van het gedicht: ‘ma femme ŕ la chevelure’, André Breton, 1931